Sexting op school

Artikel
Auteur(s): 
Niels Van Paemel - Child Focus

Het is geen understatement om te stellen dat ‘sexting’, samentrekking van ‘sex’ en ‘texting’, zowel on- als offline steeds meer een hot topic vormt. An sich is er helemaal niets mis met sexting. Het is zelfs een normaal onderdeel van de seksuele ontplooiing van jongeren en past binnen het gezonde experimenteergedrag bij het ontdekken en onderzoeken van seksualiteit, wensen en grenzen. Zolang het gaat over vrijwillige uitwisseling van beelden of berichten en binnen een sfeer van wederzijds vertrouwen uiteraard. Maar in sommige gevallen loopt het mis. En wanneer het misloopt, loopt het grondig mis.

Daarom bundelden Child Focus, Sensoa, Jong & Van Zin, Mediawijs & Theatergezelschap O’kontreir de krachten om (begeleiders van) jongeren en hun directe omgeving zo goed mogelijk bij te staan in het voorkomen of aanpakken van misgelopen sexting. 

Deze website bundelt een aantal inzichten, onderzoeksresultaten, tips en tools rond sexting.

Meer ontvangers dan verzenders

Het is niet zo dat elke jongere de penis of borsten te grabbel gooit. De meest recente cijfers uit het Apestaartjaren onderzoek bewijzen dit: 8,1 % van de jongeren (12 -18) gaf toe in de voorbije twee maanden een seksueel getinte foto van zichzelf gemaakt en verspreid te hebben. Tegelijkertijd ontving van deze zelfde groep jongeren maar liefst 25,6 % een dergelijke foto. Een sterk teken aan de wand dat sexting nog vaak verkeerd loopt.

Sexting loopt mis … “when the sender is not the same person who took and initially transmitted the image in question but, instead, is a person who received it from someone else and then forwarded it on to others, without the permission or knowledge of the person who originally took it. This latter variety thus might also be classified as secondary, downstream-sexting” (Calvert, 2009).

Secundair en unfair

Problemen met sexting ontstaan vaak na ruzie of spaak gelopen relaties, wanneer de beelden doorgestuurd worden naar derden. In dat geval hebben we het over problematische of ‘secundaire sexting’. En eenmaal een dergelijke foto verspreid raakt in cyberspace, verliest men de controle over de beelden. En de cijfers bewijzen dit, met 3 keer meer ontvangers dan verzenders van een sext. Hoe is dat nu in godsnaam mogelijk?

Roekeloze jongens en Snapchat, de not-so-safe-haven

Maar liefst 81 % van alle Vlaamse sexts worden verzonden via Snapchat. Het probleem hierbij is dat de app jongeren een vals gevoel van veiligheid geeft. Jongeren durven verder gaan in hun pikante berichtjes, aangezien de foto’s toch na een aantal seconden weer verdwijnen. Maar tegelijkertijd neemt 50 % van de jongeren verschillende screenshots per week. Een andere verklaring vinden we vooral bij de jongens. Eén op de vier jongens zou een gekregen sext tonen aan een vriend, terwijl dat bij de meisjes slechts 7 % is. En 5 % van de jongens zou nog verder gaan en een gekregen sext gewoon posten op sociale media.

Er lijkt een gouden sexting-regel te bestaan, namelijk dat wanneer het fout loopt, het nooit de schuld is van degene die het materiaal ontvangt en doorstuurt, noch van de groep meelopers die voor verdere verspreiding van de beelden zorgen (70% van de jongeren is daar mee akkoord). Tuurlijk niet, de jongere in kwestie heeft toch zelf beslist om (half)naakt te poseren? Hallo? Wie gaat er nu ook überhaupt naakt voor de webcam zitten? Eigen schuld, gat en blaren. Geen empathie waardig.

We gaan niets leren door te victimiseren

Uiteraard hebben we nog steeds aandacht voor het versturen van foto’s zelf. Maar het is ook belangrijk dat we de nodige vraagtekens plaatsen bij de schuldvraag wanneer sexting verkeerd loopt. Eigenlijk gaat het over een vertrouwensbreuk. Je hebt iets intiems van jezelf gedeeld en het gestelde vertrouwen wordt beschaamd, met alle gevolgen vandien.

Maar het is net dat schenden dat voor de gevolgen zorgt. De verspreiders maken allen deel uit van het publieke beschamingsproces, zichzelf onschendbaar achtend binnen de krochten van de online anonimiteit. Diezelfde anonimiteit zorgt er ook voor dat de verspreiders de gevolgen van hun daden onvoldoende kunnen inschatten. Niemand stuurt een naaktfoto door naar heel de school, maar het is wel het collectieve resultaat.

Sharing ain’t caring

Het is volstrekt begrijpelijk dat ouders en scholen niet altijd even goed weten hoe om te gaan met nare gevolgen van sexting op nieuwe media, dat merken we aan onze hulplijncijfers. Het is wel belangrijk dat men daarbij in de gaten houdt welk gedrag precies bestreden moet worden. Waar we met Sexting.be meer en proactief gaan op inzetten is de verantwoordelijkheid van de ontvanger. Vertrouwen hoor je niet te beschamen en chantage is een strafbaar feit. Sexting doe je met twee, dus hoort ook sensibilisering tweeledig te zijn.

Als we niet willen dat jongeren naïef zijn moeten we het vooral zelf niet zijn, en meer doen dat enkel focussen op de verzender van een sext, want zo pak je slechts een deel van het probleem aan. Er zullen namelijk altijd sextende jongeren zijn. Dus, wanneer ze dan toch sexten ze dat best doen met iemand die ze volledig vertrouwen. Liefst zonder gezicht op een neutrale achtergrond en wetende dat Snapchat eigenlijk niet zo veilig is als men denkt. En nog belangrijker, dat ze weten dat een sext krijgen iets persoonlijks is dat je simpelweg voor jezelf houdt. Want sharing ain’t caring.