Adviezen voor school

Artikel

De drie belangrijkste pijlers voor een beleidsplan rond sexting (kwaliteit, preventie en reactie) werden opgesteld door Sensoa en Child Focus binnen het raamwerk ‘Seksualiteit en Beleid’. Hieronder volgen enkele suggesties.

Informeer de schoolgemeenschap

  • Informeer jezelf over de thematiek en wees open: Leraars informeren zich best vooraf over de terminologie van online en mobiele communicatie om hun geloofwaardigheid in een open gesprek over seksualiteit te verhogen. Daarvoor kunnen ze terecht bij hulporganisaties die hen gratis en/of betalende informatie bezorgen over risico’s en oplossingen. Scholen kunnen infomomenten organiseren voor het schoolteam waarin sexting en fenomeen worden toegelicht.
  • Omschrijf wat sexting betekent: Peil naar mogelijke sexting-ervaringen van je leerlingen door sexting-gedrag concreet uit te leggen, zonder onmiddellijk de term te gebruiken, want misschien kennen je leerlingen kent de term sexting niet.
  • Betrek ouders bij voorlichting over sexting: Het is belangrijk dat ouders de risico’s van online communicatie en cyberliefde kennen en dat ze er met hun kinderen over praten. Daarom kunnen bijvoorbeeld ouderavonden georganiseerd worden, of kan je de thematiek in het schooltijdschrift of op de schoolwebsite bespreken.
  • Sta open voor de rol die sexting kan spelen in de beleving van jongeren en volwassenen: Expliciete beelden of berichten verzenden kan deel uitmaken van de seksuele ontwikkeling en relatievorming bij jongeren. Meestal gebeurt dit probleemloos tussen jongeren die elkaar vertrouwen, zoals liefjes of vrienden. Bespreek wat er kan gebeuren als iemand niet te vertrouwen blijkt of bij een verandering in de relatie, en grijp in als je denkt dat er druk ontstaat.  Steun positieve online ervaringen. Om te weten welke aspecten van seksualiteit aanvaardbaar zijn of niet, heeft Sensoa een vlaggensysteem ontwikkeld om te bepalen wat seksueel overschrijdend gedrag inhoudt . Ook heeft Sensoa zes beoordelingscriteria opgesteld over seksueel gedrag: wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid van de partners, conformiteit met de ontwikkelingsfase van het kind, het niet veroorzaken van fysieke, emotionele of psychische schade en de aanvaardbaarheid van de context.  Alle info kan je terugvinden op www.vlaggensysteem.be

Informeer de leerlingen

  • Zorg voor een aanspreekpunt: Zorg dat het voor leerlingen duidelijk is waar en bij wie ze terechtkunnen als ze zich vragen stellen over de online beleving van hun seksualiteit.
  • Integreer sexting in projecten rond (cyber)pesten en seksuele vorming. Het is aan te raden om vanaf de eerste jaren op de middelbare school aandacht te besteden aan de invloed van elektronische communicatie op seksualiteit en relatievorming. Dit kan geïntegreerd worden in ICT-lessen of het vak seksuele voorlichting, en gekoppeld worden aan het thema sexting, grensoverschrijdend gedrag en de druk van pestgedrag.
  • Bespreek wat er allemaal fout zou kunnen gaan met sexting en wat de gevolgen kunnen zijn: Leg uit dat (naakt)beelden verstuurd met een mobieltje of via het internet misschien niet bij die ene ontvanger blijven, maar publiek bezit kunnen worden. Laat jongeren zelf beslissen of ze met de (negatieve) consequenties van sexting kunnen leven.
  • Maak gebruik van actueel voorlichtingsmateriaal:  Zoek up-to-date voorlichtingsmateriaal met realistische en herkenbare scenario’s, maar liever geen materiaal waarbij geïnsinueerd wordt dat de makers (meestal meisjes!) schuldig zijn aan de problemen, tenzij je dit aangrijpt om de foutieve karakteriseringen van sexting aan te kaarten. 
  • Deel voorlichtingsgesprekken op volgens gender: Omdat er wel degelijk gender- en cultuurverschillen bestaan, kan het afzonderlijk en gemengd bespreken van sexting bij en door meisjes of jongens interessante resultaten opleveren. 
  • Peil bij jongeren of er een dubbele standaard rond sexting bestaat: Internationaal onderzoek wees uit dat meisjes en jongens om andere motieven aan sexting doen, maar in Vlaanderen is dat nog niet zo duidelijk. Bespreek de verschillende redenen, doelstellingen en gevolgen met je leerlingen.
  • Bespreek met jongeren wat het betekent om louter toe te kijken: Stel jongeren die ongewild ooggetuige zijn van pestgedrag door sexting mogelijke oplossingen voor. Vertel hen dat ze hun gedrag openlijk kunnen afkeuren en dringend vragen ermee op te houden, en dat ze altijd terecht kunnen bij ouders, op school of hulporganisaties.

Weet hoe je moet reageren

  • Sexting kan een indicatie zijn voor grensoverschrijdend gedrag: onderzoek toont aan dat sexting gerelateerd kan worden aan risicogedrag, en dat gesprekken met sexting als uitgangspunt informatie kunnen opleveren om te zien of er zich ook offline seksueel risicogedrag voordoet bij jongeren.
  • Stel een noodplan op: Bereid je als school of jeugdorganisatie voor om in te grijpen bij sexting-problemen. Wijs de maker niet als schuldige aan, maar organiseer een stappenplan om informatie te verzamelen en om het slachtoffer  te helpen.
  • Zorg voor gepaste opvang: Stel een lijst met tips ter beschikking, die jongeren helpt om voortaan veiliger online te gaan, op een assertieve manier en om zonder wraakgevoelens met het incident om te gaan. Houd contact met de ouders, blijf op de hoogte van eventuele problemen en voorkom wraakacties van het slachtoffer.      
  • Opvolging: Zorg voor voldoende nazorg en begeleiding van zowel dader, slachtoffers en omgeving na het sextingincident. Evalueer of alle procedures gevolgd werden en in welke mate de werkwijze verbeterd zou kunnen worden.

Dit artikel is gebaseerd op werk van Joris Van Ouytsel en Michel Walrave (MIOS, UA) en geschreven door Myriam Van den Putte in opdracht van Mediawijs.be. Lees hierover meer in het boek 'Mediawijs Online' uitgegeven door Lannoo Campus (voorjaar 2014).